|

Yucelmethode


Yucelmethode



Hoe werkt de Yucelmethode?

De Yucelmethode houdt in dat de hulpvrager (een persoon, gezin of familie) een kleurrijke, visuele weergave van zijn levenssituatie bouwt. De opstelling omvat de hulpvrager zelf (een balk), steunende factoren (T-vormige, gekleurde blokken) en belastende factoren (rechthoekige, gekleurde blokken).

De afmetingen en de kleur van de blokken, de eigenschappen van de balk en het simpele opbouwen van een voorstelling structureren en focussen de aandacht van en het gesprek met de persoon.

De hulpvrager kiest welk type blok van welke grootte en welke kleur het beste past bij een bepaalde last of probleem. De Yucelmethode als procesmethodiek bestaat uit 5 stappen. Na kennismaking en contact leggen (1) analyseren de hulpvrager en de ondersteuner de huidige situatie en de gewenste situatie door het bouwen van twee opstellingen (2). Van elke opstelling wordt een foto gemaakt en er wordt gepraat over eventuele praktische acties. Daarbij is de oplossingsrichting van de persoon richtinggevend (3). In elke vervolgbijeenkomst wordt er opnieuw gepraat over de problemen, de steun die de persoon ervaart of juist mist en de oplossingen . Na elke vervolgbijeenkomst waarin de persoon opnieuw een opstelling bouwt wordt daarvan door de ondersteuner een foto gemaakt(4). Na verloop van tijd wordt het begeleidingstraject geëvalueeerd door de ontstane situatie te vergelijken met de ooit gewenste situatie. Wanneer er voldoende verbetering is, wordt het begeleidingstraject afgesloten (5).

De Yucelmethode maakt problemen en oplossingen tastbaar, zichtbaar en concreet. Een persoon wordt zich door de methode bewust van zijn problemen en gaat zien waar duurzame oplossingen liggen. Dat gebeurt doordat hij zijn werkelijkheid visualiseert door middel van de verschillende blokken, balken en opstellingen van de Yucelmethode. Visualiseren houdt in dat de persoon zijn problemen en steunfactoren vóór zich op tafel zet. Dit ‘externaliseren’ maakt het praten erover minder bedreigend. Door het bouwen van de opstelling gaat de persoon inzien wat voor hem belastende en ondersteunende factoren zijn. Maar zijn situatie wordt niet alleen verbeeld. De innerlijke dialoog erover wordt gestimuleerd. De persoon krijgt door de wisselwerking van verbeelding en innerlijke dialoog steeds meer inzicht in zijn eigen problematiek. Het bouwen van een opstelling brengt de persoon in contact met zijn steun bronnen en de kracht van zijn netwerk. Alles bij elkaar bouwt de persoon ook aan zijn eigen verhaal. Het eigen verhaal verandert in de loop van de tijd en dat leidt weer tot veranderingen in de opstelling.

Doordat de persoon wordt gestimuleerd om zelf een analyse van zijn draaglast en draagkracht te maken kan hij ook beter aangeven aan welk probleem hij het eerst wil werken. Als hij zich hierbij doelen gaat stellen dan beschouwt hij die doelen als “eigen”. Dat verhoogt de motivatie om eraan te werken en verbetert de slaagkansen van het ondersteuningstraject.

Aan het einde van zo’n proces zegt men bijvoorbeeld:
“Ik zie het.. Ik weet nu wat er aan de hand is met mij”, of: “Nu is het kwartje gevallen” of “Nu is het me duidelijk…